Mini-Camino vanuit thuis, in het teken van Jacobus van 24 april t/m 28 april in plaats van ‘het Jabikspaad’.
5 dagen
21 uur en 15 minuten gewandeld
104 km
141.893 stappen
7,5 liter water, 15 boterhammen, 5 sinaasappels en 5 bananen
en één overheerlijke cappuccino bij de bakker in Beegden!

Op de eerste dag naar ‘Voorstad St. Jacob’ in Roermond. Een hele bekende weg maar zo anders wanneer je te voet gaat en de omgeving ziet vanuit het achterliggende doel. Wat staat daar in de Voorstad een mooi en nieuw kapelletje, gewijd aan St. Jacobus.. en de schelp op de grond voor de kapel brengt herinneringen aan de grote Camino terug…. Een wandeling in de zon, en achterlangs het buurtschap ‘de Weerd’ terug naar huis. Beetje last van mijn rechtervoet, maar mentaal helemaal fris en fit.

Dag twee brengt mij naar Hunsel waar een kerk ligt die verwijst naar Jacobus de Meerdere. In de ochtend is het grijs en waait er een stevige noordenwind. Wanneer ik door het bos loop vlak bij Baexem, kom ik mijn revalidatie-arts tegen met de hond. Wat volgt is een gezellig gesprek tussen twee mensen die elkaar kennen vanuit een andere context, maar wat opeens, ‘ontmoeten’ wordt. De weg naar Hunsel is na Baexem helemaal nieuw voor mij, en de kerk een mooie verrassing. Hij straalt een ‘warm welkom’ uit omdat hij geopend is en de levendigheid van de gemeenschap zichtbaar en voelbaar is. Deze fijne ervaring inspireert me om door te lopen naar Ittervoort, langs bloeiende bermen, schaduwrijke bomen en uitbundig vogelgezang. Wat een fijne dag was het en wat een geruststelling dat ik gewoon al twee dagen 20 kilometer heb kunnen lopen.

De derde dag, is een zondag en loop ik ‘De Kapellekensbaan’. Een knipoog naar het boek van Louis-Paul Boon (niet zelf bedacht trouwens..) ik loop langs 7 kapellen in Haelen en omgeving en hoop op een verwijzing naar Jacobus. Veel kapellen blijken gesloten, maar in de St. Jozefkapel in Horn zie ik twee Jacobsschelpen, hét symbool van de pelgrim naar Santiago. Een warme dag en een wandeling die meer kilometers telde dan vooraf gedacht. Deze wandeling lijkt een thuiswedstrijd maar dat was het niet vanwege de intentie op de achtergrond. Inmiddels is mijn lichaam gewend aan de dagelijkse gemiddelde afstand van 20 kilometer en heb ik het gevoel dat ik steeds meer energie krijg.

Koningsdag………, maar wat is het stil onderweg op mijn vierde wandeldag. Veel vlaggen maar geen zichtbare festiviteiten onderweg naar Egchel waar ook een Jacobuskerk is. Ik liep even binnen bij de mooie Mariakapel met een serene sfeer in Neer. Door het Midden-Limburgse land-, tuinbouw en bosgebied. En zag onverwacht in een afwateringskanaaltje onder de bomen een oud sluisje met vallend water……nooit eerder geweest. Wat is de omgeving waar ik woon en veel loop verrassend ‘nieuw’ op die momenten. De kerk in Egchel valt dan ineens tegen, en na lang kijken zie ik op de kerk een gevelsteen met een verweerde Jacobus erop. Als je heel goed kijkt zie je de schelp in zijn hand. ‘Niet alles kan mooi zijn, en dat hoeft ook niet’. Het is een warme dag en ik heb de afstand niet heel goed verdeeld. Als ik thuiskom ben ik moe maar na een heerlijk koud biertje, een rustmoment en een lekkere douche ben ik al bijna klaar voor de laatste en vijfde wandeldag naar Thorn.

Een frisse start op weg naar Thorn, er is regen voorspeld. Ik besluit het er lekker van te nemen, kalm aan te doen omdat het de laatste dag is en extra veel foto’s te maken van de omgeving en de natuur. Na 8 kilometer zie ik in Beegden dat de bakker koffie ‘to go’ heeft. Wat een feest. Een heerlijke cappuccino, mét koekje. In deze Coronatijd een bijzondere traktatie zo onderweg. De weg naar Thorn is een officieel gemarkeerde pelgrimsroute en dat maakt het deze laatste dag speciaal. De zon doet zijn best om een beetje door het wolkendek heen te breken en ondanks de wind is het een mooie tocht. De Jacobskapel in Thorn is piepklein en door het traliewerk zie ik verschillende verwijzingen naar Jacobus liggen. Een gele pijl zoals je ze onderweg op de Camino ziet, een beeldje van Jacobus met pelgrimsstaf- en mantel en een kleine Botufeiro (wierookvat). Mijn plan is om af te sluiten met het aansteken van een noveenkaars ( deze brandt negen dagen) in de mooie kapel ‘onder de Linden’. Op weg naar de kapel loop ik door een uitgestorven Thorn. Geen toeristen, geen terrassen en geen andere bedrijvigheid. Het confronteert me opnieuw met de bijzondere tijd van nu. Maar het maakt me extra dankbaar dat ik toch een meerdaagse wandeling heb kunnen maken.

Laten we met elkaar erop hopen en vertrouwen dat de komende tijd de situatie rondom het Coronavirus zich verder gaat stabiliseren. Dan kunnen langzaamaan de maatregelen worden versoepeld en kan iedereen weer voorzichtig plannen gaan maken. Mijn plan is om dan vanaf 4 augustus alsnog het ‘Jabikspaad’ te lopen en mijn actie voor de Hersenstichting te voltooien.