Het brein is de meest complexe structuur die we kennen en zolang het brein het brein normaal werkt zijn we ons niet van die werking bewust. Vrijwel al onze functies worden door het brein gecoördineerd en gereguleerd en dat lijkt moeiteloos te gaan. Maar, het brein is erg kwetsbaar. Eén op de vijf mensen krijgt in zijn leven te maken met een aandoening van de hersenen. Wij blijven gedurende het hele leven nieuwe neuronen en synapsen (de verbindingen tussen die neuronen) aanmaken als reactie op mentale en lichamelijke activiteit. Ook nadat dat brein door een voorval beschadigd is.
De belangrijkste taak van mij als mens, als fysiotherapeut, neurowetenschapper en ‘neurorevalidator’ is, op basis van dertig jaar studie en ervaring, mijn kennis en inzichten in te zetten om dat beschadigde brein te helpen weer beter te gaan functioneren. Daarbij is de hulp van de patiënt zelf, de naasten van degene die getroffen is en diverse andere zorgverleners, hard nodig. Naar het brein kijken lukt alleen maar indirect. Dat wat je ziet aan het brein, zegt ook niet zoveel over het functioneren daarvan. De echte bron van informatie is dus datgeen wat je merkt aan bijvoorbeeld het bewegen en het gedrag van de patiënt.
Hoe breng ik de symptomen en de daaruit voortvloeiende beperkingen in kaart?
Mijn eerste opdracht, als ik een ‘nieuwe’ patiënt ontmoet, is om als een soort Sherlock Holmes te achterhalen, wat er allemaal ‘geraakt’ en welke symptomen iemand allemaal heeft.
Een elektro-encefalogram, CT-scan, MRI, PET-scan, dient als hulpmiddel, en geeft aan waar het letsel zit. Het hoeft niet duidelijk te maken hóe dat letsel het functioneren van de persoon beïnvloedt. Een beschadiging op een bepaalde plaats hóeft niet te betekenen, dat vanuit die locatie ook de symptomen van de patiënt veroorzaakt worden. Het brein kun je zien als een holistisch systeem. Een orgaan met enorm veel verbindingen en met elkaar samenwerkende ketens waardoor symptomen kunnen ontstaan, die elders vandaan blijken te komen. De veranderingen die je kunt constateren zijn heel divers en vaak op het eerste gezicht onzichtbaar. Onzichtbaar is het hoeveel moeite het bijvoorbeeld kost wanneer iemand ‘gewoon’ loopt óf dat dit lopen zoveel moeite kost, dat er geen ‘ruimte’ meer is om tegelijkertijd bijvoorbeeld een gesprek te kunnen voeren. Je kunt niet zien aan de buitenkant of iemand in staat is zijn aandacht te verdelen over meerdere zaken tegelijkertijd. Of dat alle prikkels die de zintuigen moeten verwerken, ook werkelijk adequaat verwerkt worden. Je kunt niet zien, hoe snel de accu van een persoon ‘leegloopt’, dus hoelang iemand op een bepaald niveau functioneert, voordat dit niet meer gaat. Vermoeidheid is het meest voorkomende symptoom dat je hoort wanneer je probeert om een patiënt in kaart te brengen, maar wat die vermoeidheid precies inhoudt en hoe dat leidt tot bijvoorbeeld een verminderde aandachtspanne is niet duidelijk en niet zichtbaar op beeldvormende onderzoeken.
Daarnaast zijn er ook nog zichtbare/direct merkbare symptomen: Een spastische arm of been, een scheve houding, een slecht looppatroon, balansproblemen. Moeite met spreken, zien, of andere motorische en mentale beperkingen.
Hoe ziet de neurorevalidatie binnen gezondheidscentrum Honné er dan uit?
De belangrijkste bron van informatie is de persoon zelf en het kost tijd om een beeld te vormen hoe een en ander functioneert in het brein van een persoon. Welke symptomen er zijn en hoe deze elkaar beïnvloeden. En er bestaat geen goed protocol, dat zomaar op iedereen past. Met de kennis van hoe het toegaat in het hoofd van een persoon, start de gezamenlijke weg, op zoek naar verbetering. Wat is dan de beste oefening, prikkel of combinatie van stimuli om weer beter te worden of meer controle te krijgen over het eigen leven? En sluiten die prikkels dan ook zoveel mogelijk aan bij het leven, zoals de persoon dat weer wilt leiden?
Revalidatie is altijd een individueel proces en bij Stella zijn de problemen die zij ervaart de leidraad. Hieronder schetsen we een aantal van deze problemen waarop de revalidatie is afgestemd én waarop vooruitgang is geboekt.
Aandacht:
- Problemen met arousel en alertheid bijvoorbeeld: onvoldoende of vertraagde reactie op verbale aanwijzingen of vragen.
- Problemen met de verdeling of richten van de aandacht bijvoorbeeld geen twee dingen tegelijk kunnen doen, denk aan lopen én praten.
- Problemen met volgehouden/ vastgehouden aandacht bijvoorbeeld tijdens het voeren van een gesprek met één of meerdere personen.
Waarnemen
- Problemen met het uitvoeren van handelingen zonder te kijken, bijvoorbeeld met gesloten ogen op een been staan, of zelfs op twee benen, zonder om te vallen.
- Problemen met het inschatten van afstanden bijvoorbeeld: hoever sta je van de muur vandaan, hoelang doe je over het afleggen van de afstand van A naar B.
- Problemen met het herkennen van voorwerpen op gevoel.
Communicatie
- Problemen met complexe taken, hoofd en bijzaken uit een gesprek onderscheiden. De draad kwijtraken in een gesprek.
Executieve functies
- Problemen met planning en organisatie, bijvoorbeeld: in volgorde van taken en/of onthouden van taken.
- Problemen met flexibiliteit bijvoorbeeld minder snel schakelen tussen taken die niet in relatie staan tot elkaar.
- Problemen met het nemen van initiatief bijvoorbeeld neiging om langere tijd niets te doen, geen nieuwe taak aan te pakken.
Oefeningen die bovenstaande problemen verminderen en het functioneren verbeteren zijn legio en passen bij de persoon en zijn dagelijkse leven. Door regelmatig het gesprek aan te gaan over hoe de revalidatie verloopt en waar mogelijk andere passende handelingen te bedenken maakt de patiënt zich dit eigen en kan dit toepassen of waar nodig teruggrijpen naar eerder verworven kennis. Ook is er aandacht voor conditie-opbouw (fietsen, loopband) en het trainen van evenwicht en balans, (bijvoorbeeld op de loopband met een hele láge snelheid, als balansoefening). Balans en evenwicht is een groot aandachtspunt.
De weg die binnen de revalidatie wordt afgelegd is vaak lang en vol kronkels, maar als therapeut voel ik mij, vaak zelfs, een trotse reisgenoot om samen een stuk van die weg, met ‘mijn’ patiënt te mogen gaan. Want alleen gaat het niet en door de gezamenlijke inspanning van de persoon met hersenletsel en alle helpende mensen daaromheen is er gelukkig wel heel veel te winnen!
Henry Honné
