‘Staat u op de bus te wachten’ vroeg de brugwachter. ‘Nee ik wacht op een journalist van het Friesch Dagblad’. De man keek er nauwelijks van op, ondanks het feit dat ik in the middle of nowhere stond. Even later kwam een leuke jonge kerel aanhollen waarmee ik een interview zou hebben over mijn wandeling door Friesland en de reden waarom. De tip om contact op te nemen met de krant kwam van de vriendelijke meneer van de eerste wandeldag. Hai regelde dit vervolgens met de krant en vandaag liep de journalist een klein stukje mee. Morgen wordt het waarschijnlijk al geplaatst, geweldig!
En nog meer ontmoetingen, met de mevrouw van de groenvoorziening in Heerenveen die me zag lopen en even een praatje kwam maken over het Jabikspaad en haar ervaringen daarmee. Ook zij wilde eens naar Santiago de Compstela lopen. En de twee dames in het park rondom het museum Belvédère in Oranjewoud (heel mooi trouwens!) waar de route doorheen voerde, die nieuwsgierig waren naar de schelp aan mijn rugzak, het boekje in mijn hand en mijn uitgetrokken schoenen en sokken naast het bankje, waar ik in de schaduw een boterham at: ‘welke route loopt u?’ Waarna een leuk gesprek volgde. En dan nog die intense ontmoeting met honderden muggen in een bosje waar eens de ‘de kluis’ van Dodo stond. Dodo was een kluizenaar die in de 12e eeuw in Haskerdyke leefde. Dit was iets teveel ontmoeting, razendsnel was ik het bosje weer uit.
Ondanks de hitte ging het goed vandaag, en zijn lichaam en geest goed in evenwicht. Drijfveer blijft het achterliggende doel, aandacht voor NAH. Én wat geniet ik dat ik weer zo ver ben dat ik een lange afstandswandeling kan maken.




